Leerlingvolgsysteem

Cito-toetsen
Om de ontwikkeling van uw zoon of dochter goed te kunnen volgen, gebruikt de Marcoen het Cito Volgsysteem primair onderwijs (LOVS). Met de bijbehorende toetsen bepaalt een leerkracht waar uw kind staat in zijn ontwikkeling. Zo kan er goed worden ingespeeld op de behoeftes van uw kind. 

Toetsen van Cito
Een leerkracht krijgt de hele dag informatie over wat een leerling kan en wat hij nog moet leren. Dat doet hij door beurten te geven, werk na te kijken en toetsen uit lesmethodes af te nemen. Door daarnaast twee keer per jaar de toetsen van Cito af te nemen, kijkt een leerkracht weer even met een frisse blik naar de leerlingen. In veel gevallen komt de toetsuitslag op de toetsen van Cito overeen met wat de leerkracht verwacht. In sommige gevallen levert het echter verrassende informatie op. “Hé, vermenigvuldigen en delen gaat toch beter dan ik dacht.” Of: “Bij spelling kon hij eerst wel goed de ou- en au-woorden onderscheiden, maar dat is nu toch weggezakt.” Juist dit soort informatie geeft de leerkracht de kans om tijdig bij te sturen en geeft uw kind de beste kans om zijn talenten te ontwikkelen.

Uw kind maakt zowel toetsen uit de lesmethodes als de toetsen uit het Cito Volgsysteem primair onderwijs. Wat is het verschil? De methodetoetsen zijn bedoeld om vast te stellen of uw kind de lesstof die net is behandeld voldoende beheerst. De leerkracht weet zo of hij door kan gaan in de methode of dat herhaling wenselijk is. De toetsen van Cito hebben een ander doel: ze zijn bedoeld om het niveau van uw zoon of dochter te kunnen vergelijken met het niveau van klasgenoten. Bovendien volgen de leerkrachten zo de ontwikkeling van uw kind nauwkeurig. Op het rapport worden de resultaten van deze toetsen apart vermeld.

Hoe kan het dat mijn kind hoog scoort op de toetsen op de methode, maar minder goed op de toetsen van Cito?
Toetsen uit de methode zijn bedoeld om te controleren of de kinderen de lesstof beheersen. Ze zijn zo gemaakt dat het merendeel van de leerlingen vrijwel alles goed kan maken. De toetsen van Cito beogen een onderscheid te maken tussen verschillende leerlingen. Door ook moeilijke opgaven in de toets op te nemen, krijgen de betere kinderen de kans om te laten zien wat ze kunnen. Het omgekeerde geldt ook voor de minder sterke leerlingen. Voor hen zijn makkelijkere opgaven opgenomen, zodat ook zij kunnen laten zien wat ze kunnen.

I t/m V
Om snel te zien hoe een leerling scoort ten opzichte van leeftijdsgenoten, heeft Cito de niveau-indicaties I t/m V ontwikkeld. Deze indelingen zijn gemaakt door de toets af te nemen bij een grote groep leerlingen. De 20% leerlingen met de hoogste score noemen we ‘I’. De 20% leerlingen met de laagste score, krijgen de aanduiding ‘V’. In tabel 1 staat de verdeling van de scores.  Let op: ‘III’ is het middelste cijfer, maar betekent niet dat de leerling gemiddeld scoort. ‘ÍII’ betekent dat (meer dan) de helft van de leerlingen een hogere score heeft. ‘III’ betekent dus dat een kind op of net onder het gemiddelde scoort.

I: 20% hoogst scorende leerlingen
II: 20% ruimboven tot net boven het landelijke gemiddelde
III: 20% net op of net onder het landelijke gemiddelde
IV: 20% ruim onder het landelijke gemiddelde
V: 20% laagst scorende leerlingen

Op de Marcoen maken we vanaf groep 3 gebruik van de LOVS toetsen van Cito. Op het tweede en derde rapport worden de resultaten van deze toetsen op het rapport weergegeven.

Download ouderfolder van Cito: Cito ouderfolder